40 jaar in 40 verhalen:
Met vijftien floppy’s door Engeland
Tegenwoordig worden software-updates met één druk op de knop verstuurd. Eind jaren negentig zag dat er heel anders uit. Toen een groep Engelse klanten een update van de UNIFORM-software nodig had, stapte Harm-Jan van der Beek op het vliegtuig.
Internet was er nog niet. De update kon niet worden doorgestuurd en al helemaal niet op afstand worden geïnstalleerd. Bovendien paste de software niet op één diskette. “We hadden volgens mij een stuk of vijftien klanten in Engeland die geüpdatet moesten worden. En voor zo’n update had je wel vijftien floppy’s nodig.”
Eenmaal aangekomen wachtte een verrassing. Vrijwel alle huurauto’s waren al verhuurd. Er stond nog precies één auto: een rode Mini Metro. Harm-Jan had geluk, want achter hem in de rij stond nog iemand die die laatste auto ook graag had willen hebben.

Floppy’s met updates

Rode Mini Metro, het soort auto waar Harm-Jan mee door Engeland toerde.
Het zal niet zijn eerste keus zijn geweest, maar met de Mini Metro begon zijn tocht over het Engelse platteland. Van boerderij naar boerderij reed hij om overal de update te installeren. Bij iedere klant begon hetzelfde ritueel. De floppy’s één voor één inlezen, controleren of alles goed was overgekomen en eventuele problemen oplossen. Dat kostte tijd. Veel tijd.
Daardoor wist hij vaak pas op het laatste moment wanneer hij bij de volgende klant zou arriveren. “Dan belde ik vanuit die boerderij de volgende klant op. Ik denk dat ik rond vier uur bij jullie ben. Maar ik weet niet precies hoe laat en ik weet ook niet of ik het vandaag afkrijg.” Daar hoorde meestal nog een tweede vraag bij. Hebben jullie misschien een hotel in de buurt? Of een slaapkamer? Dat laatste bleek vaak de makkelijkste oplossing. “In die tijd hadden veel mensen nog een logeerkamer.”
Zo ontstond een route die vooraf nauwelijks was uitgestippeld. Overdag software installeren, ’s avonds aanschuiven aan de keukentafel en de volgende ochtend weer verder naar de volgende boerderij. Bij verschillende klanten bleef Harm-Jan overnachten. Niet omdat dat onderdeel van het plan was, maar omdat het simpelweg de meest praktische oplossing was. “Je at mee met de mensen en maakte een praatje. Je leerde elkaar gewoon kennen.”
Jaren later kwam hij sommige van die boeren opnieuw tegen op beurzen. “Dan kwamen ze even langs voor een praatje. Je was bij ze thuis geweest. Dat vergeet je niet.”
Wat begon als een updateklus voor een groep Engelse klanten werd zo een van de eerste internationale servicebezoeken van UNIFORM. Met een rode Mini Metro, een stapel floppy’s en een route die ter plekke werd aangepast.