050/50.09.55 info@unifarm.be
  • English Global
  • English UK
  • Nederlands
  • Vlaams
  • Dansk
  • Français
  • Deutsch
  • Español

Dutch dairy farming

You are here

IS HET GLAS HALFVOL OF HALFLEEG?
Het kleine Nederland in vergelijking met Braziliaanse boeren

Nederland heeft samen met vele andere Europese landen belangrijke fasen doorlopen als het gaat over de voortgang van de melkveehouderij. Hoewel Nederland voor grote uitdagingen heeft gestaan, zoals het melkquotum, is het een voorbeeld in de sector. Laten we, om hun proces van melkproductie beter te begrijpen, een paar jaar terug gaan in de geschiedenis.

Halverwege de jaren vijftig werd Europa geconfronteerd met onderproductie, waardoor ze in 1962 het GLB creëerden (gemeenschappelijk landbouwbeleid). Het GLB subsidieerde jarenlang een gegarandeerde minimumprijs voor zuivelproducten. De melkproductie nam tot eind 1970 toe, waardoor het aanbod veel groter werd dan de vraag en het aanbod bleef maar stijgen. Dit heeft ertoe geleid dat de Europese Unie tonnen overproductie aan melk heeft opgekocht, waarna de regering uiteindelijk het melkquotum heeft ingevoerd.

In 1984 kreeg elk lid van de Europese Gemeenschap toestemming om melkproducten te produceren gebaseerd op de productie die er was in 1981 + 1%. Iedereen die de limiet overschreed moest een boete betalen, de superheffing. Quota konden tussen boeren verhandeld worden, zodat diegenen die met het bedrijf stopten, hun melkquotum konden verkopen aan boeren die wilden uitbreiden. Het systeem van melkquota duurde iets meer dan 30 jaar. In die jaren zijn er veel dingen veranderd, zoals de garantieprijs en prijsinterventie. Het melkquotum werd vervolgens gezien als een belemmering om goed te reageren op de wereldwijd groeiende vraag naar zuivelproducten en werd op 31 maart 2015 afgeschaft.

Veel mensen waren optimistisch over het einde van het quotum vanwege de nieuwe kansen op werkgelegenheid die zouden ontstaan door een verhoogde productie en autonomie die boeren zouden hebben over het nemen van zakelijke beslissingen. In werkelijkheid duurde het optimisme echter maar kort. Voordat dit systeem werd afgeschaft, werden er door de overheid maatregelen genomen om het milieu te beschermen. Iedereen wist dat aan het einde van het quotum het melkvolume aanzienlijk zou toenemen en tot meer afval- en meststoffen zou leiden, waardoor het risico op vervuiling van grond- en oppervlaktewater zou toenemen. Daarom heeft de overheid grenzen gesteld aan de stikstof- en fosfaatproductie.

Direct na het quotum heeft de overheid de regel ingevoerd dat een eventueel fosfaatoverschot uit mest op de juiste wijze verwerkt moet worden, met extra kosten voor de boer als gevolg. Omdat deze regel niet afdoende was, zijn er nieuwe maatregelen ingevoerd om de groei van agrarische bedrijven te beperken. Eén van de maatregelen is bij voorbeeld dat Nederlandse boerderijen tot 1 januari 2017 de tijd hadden om hun veestapel zodanig aan te passen dat ze niet meer koeien hadden dan het aantal dat ze op 2 juli 2015 hadden, verminderd met 4%. Veel boeren die hadden geïnvesteerd in uitbreiding omdat ze ervan overtuigd waren dat dit mogelijk was na afschaffing van het melkquotum, raakten gefrustreerd door dit nieuwe systeem en voelden zich opnieuw beperkt. Als boeren hun veestapel niet zouden aanpassen binnen de gestelde termijn, zouden ze een boete krijgen over de te veel geproduceerde melk.

De droom om de veestapel te vergroten was voor veel boeren ver weg. Tegenwoordig is het zo dat als een boer al tegen het fosfaatlimiet aanzit en één koe aan de veestapel wil toevoegen, hij het benodigde fosfaatquotum van dat dier moet aankopen. De rekening daarvan is simpel: elke koe produceert ongeveer 45 kg fosfaat per jaar. De waarde van een kilo fosfaat bedraagt ongeveer €160,- per kg. Dit betekent dat het de boer €7200,- kost om één koe toe te mogen voegen aan zijn boerderij. Het is verbazingwekkend dat zo’n klein land, ondanks al deze moeilijkheden nog steeds zo’n belangrijk voorbeeld kan zijn voor de zuivelindustrie. Nederland heeft een oppervlakte van ongeveer 42.500 vierkante kilometer, wat kleiner is dan de staat Rio de Janeiro in Brazilië. Dit rechtvaardigt hoe moeilijk het is om landbouwgrond te vinden en de hoge prijzen daarvan. Een hectare kost in Nederland namelijk zo’n €60.000,-, dus ze hebben geleerd om meer met minder te doen.

De afgelopen jaren hebben ze grote verbeteringen doorgevoerd in technologie, genetische verbetering en ruwvoerproductie. Dit zijn allemaal sleutelfactoren om de efficiëntie van melkveebedrijven te verbeteren. Omdat ze niet op grote schaal konden uitbreiden, concentreerden de Nederlanders zich op efficiënter produceren binnen de huidige mogelijkheden. Dit deden ze zeer succesvol waardoor ze resultaten bereikten zoals een jaarlijkse melkproductie van 15,52 miljoen ton per jaar en een gemiddelde opbrengst van 8900 kg melk per koe per jaar (IFC 2018). Brazilië heeft  8.516.000 vierkante kilometers oppervlak (dat is gelijk aan 200 x het oppervlak van Nederland) met een jaarlijks productiegemiddelde van 34,23 miljoen ton per jaar en een gemiddelde productie van 1600 kg melk per koe per jaar (IFC 2018). Er zijn meerdere plekken met betaalbare landbouwgrond in Brazilië, een gunstig klimaat voor twee oogsten per jaar en een overvloed aan water. Wat rechtvaardigt dan de inefficiëntie van deze sector in Brazilië, als er zoveel factoren zijn die de productie kunnen bevorderen?

Brazilië heeft een enorme potentie, maar Braziliaanse boeren moeten van de gelegenheid gebruik maken om in dit land melk te produceren en het glas te zien als halfvol en nooit als halfleeg. Een optimistische blik kan een bedrijf volledig veranderen. Daarbij heeft de Braziliaanse melkveehouderij een grotere acceptatie van innovatie en technologie nodig, van boeren en zelfs van consultants. Om efficiëntie en maximale productie te kunnen bereiken moeten we altijd up-to-date zijn en zullen we nieuwe technologieën moeten accepteren en implementeren. Uitdagingen in de sector zullen er altijd zijn, maar dit hoeft het succes van melkproductie niet in de weg te staan.

Nayara Magalhães Gonçalves
Dierenarts afgestudeerd aan de Federal University of Vicosa – MG
Market Support and Development Manager bij UNIFORM-Agri